Even waren we Coen kwijt ….

Op de foto Coen tijdens de laatste Raad in de Wijk bijeenkomst waar hij via de microfoon van de gspreksleider nog eens zijn onderwerp: de winkels en Plein 1953 onder de aandacht bracht. Achter hem (toevallig) het CDA-raadslid Ramon van der Maas, die ook in Pendrecht woont en zich vaak druk maakt over het kwijnende winkelbestand in de wijk.

Coen ging 14 juli het ziekenhuis in en schreef bijgaand verslag over wat hem allemaal overkwam. Hij heeft het liever zo, dan dat ie tegen iedereen het hele relaas opnieuw moet doen.
Dus hierbij zijn relaas:

Omdat het misschien praktisch is om de gebeurtenissen vanaf 14 juli tot heden op “papier” te zetten en derhalve te voorkomen dat ik aan een ieder het “ziekenhuis”-verhaal ga vertellen volgt hierna en kort verslag.

Zondagnacht 14 juli ging het mis. Forse pijn op de borst en in de hals. Ik durfde niet meer terug naar mijn bed ik heb tot de ochtend op een stoel gezeten.9 uur cardioloog van het Ikaziaziekenhuis gebeld. “met de meeste spoed naar de eerste hulp” was het antwoord

Dan begint het: bloedafname, plakkertjes op het lijf om alles te meten. Alles piept en zoemt.

Om 1 uur naar de hartbewaking. Weer dezelfde rituelen. Opvallend is dat regelmatig diverse lieden steeds dezelfde vragen komen stellen. Ik heb ze niet geteld maar het waren er velen.

Dinsdagmiddag half 5 plotseling naar de operatiekamer voor een hartkatheterisatie. Dr. Freericks vertelde dat ie het op prijs stelde om een “oude klant” zelf te behandelen. Op een scherm was alles te volgen. Via een gaatje in de lies wordt een slang ingebracht die naar het hart wordt geleid. Volkomen pijnloos want in de aderen zitten geen pijnzenuwen. Na de behandeling wordt er op het “liesgaatje” een drukverband aangelegd om het bloeden te stoppen.

Ik heb een onprettige mededeling zei Dr. Freericks. De verstopping zit niet in een rechte ader maar op een vertakking. Een stent inbrengen in een rechte ader is vrij simpel maar voor dit geval moeten we u overbrengen naar Erasmus. Helaas het is niet anders.

Niet meer terug naar de hartbewaking maar naar de hartafdeling met 4 vrouw/man op een kamer en achteraf was dit was mijn geluk.

In de nacht om half één zei een verpleegster ” ik kom het drukverband verwijderen”. Het bleek niet meer te bloeden een pleister erop, klaar.

Om half zes gilde mijn buurvrouw luid door de kamer en de gang. Toen ze uit bed ging voor een plas, stapte zij in een plas bloed. Ik deed mijn deken opzij en zag dat ik lag te baden in mijn bloed.

In een ommezien waren er 2 artsen en 6 verpleegsters om mijn bed.

Geprobeerd werd om de bloeding te stoppen. Afdrukken van de ader en opnieuw een drukverband aanleggen. Ik riep nog “ik raak buiten bewustzijn”. “Nee probeer bij te blijven, doe natte washandjes op zijn voorhoofd”, hoorde ik nog iemand roepen. Wat is zijn bloedgroep? Iedereen zat onder het bloed. Het leek wel een varkensslachterij. Ik kwam weer enigszins bij mijn positieven op de hartbewaking waar men pogingen deed om het meeste bloed van mijn lichaam te wassen.

Achteraf gezien is dit een mooie manier van doodgaan. Heel zachtjes zak je weg. Echt om aan te bevelen.

De volgende dag weer terug naar de afdeling. Ik kreeg daar de mededeling dat ik met de ambulance zou worden overgebracht naar het Erasmus hetgeen gebeurde. In Erasmus weer aan de slangen en bloedafname. ‘s Avonds 2 cardiologen aan mijn bed. Van dit bezoek heb ik een slechte smaak overgehouden. Er werd een soort doodvonnis over je uitgesproken. Ik moest me op het ergste voorbereiden. Ik moest er zelfs voor tekenen. Dat begreep ik niet zei ik, als ik dood ben kan ik toch niet meer reclameren. Een psycholoog uit Dordrecht die naast mij lag, zei “dit kan echt niet”.

Als ik nog eens een slechte bui heb zoek ik nog contact met het Erasmus om hierover te praten.

Na het laboratoriumonderzoek vertelde men mij dat er een stafylococbacterie was ontdekt en dat de behandeling waarschijnlijk niet zou doorgaan. Men was zeer pissig op het Ikazia.

Ook werd medegedeeld dat er niemand in Erasmus de behandeling kon doen. Uit België kwam de expert om de klus te klaren. De volgende ochtend was er met de man uit België overleg of men de behandeling moest afblazen. Hij besliste doorgaan. Stop hem maar vol met antistoffen want ik ga filmopnamen maken en ik heb mij hierop helemaal ingesteld.

Hij liet mij tekenen dat ik akkoord ging met de filmopnamen. Ik vroeg nog of ik er financieel nog wijzer van werd maar dat werd lachend ontkend.

Met de microfoon voor de mond werd in het Engels een uitgebreide uitleg gegeven hoe hij de behandeling ging uitvoeren, zodoende kwam ik er achter dat hij een nieuw soort stent een z.g. cobrastent ging inbrengen. Dus u gebruikt mij als proefkonijn. De aardige Belg moest lachen. Alles wat ik nu doe gebruik ik voor mijn colleges. Inmiddels was de ruimte gevuld met ca. 20 l.l.cardiologen die met veel belangstelling de behandeling volgden.

De katheter werd nu via mijn pols ingebracht. Achter een groot scherm met een glazen afscheiding zaten 2 cardiologen die voortdurend met de arts in verbinding stonden.

Na geruime tijd vertelde hij “de stent zit erin”. Ik was om 8 uur naar beneden gebracht en om 11 uur was alles voorbij.

In de loop van de middag terug naar het Ikazia. Toen pas begon de ellende. Door de “slechte” bacterie moest ik aan het infuus om de bacterie te bestrijden. Zolang die niet voor een groot deel uit mijn lichaam was verdwenen moest ik in het ziekenhuis blijven desnoods tot begin oktober. Voorwaar een prettig vooruitzicht.

Op een gegeven ogenblik begon ik de “rijdende paal” met de infuuszakken te haten. De slangen steeds in de war. Zeer beperkte bewegingsruimte. Dag en nacht veel hinderlijk geluid als er een infuuszak leeg was. Kortom waardeloos. Na talloze bloedafnames kreeg ik te horen dat er spoedig uitzicht was om het ziekenhuis te verlaten. Na ruim 2 weken was het zover. Op naar huis. Geknakt en gemangeld heb ik mij thuis de trap opgehesen.
Eindelijk.

Het personeel van het Ikazia, in één woord geweldig. Keihard werken voor een schamel loon.

De meeste kamergenoten waren prima bedgenoten. Veel gelachen.

Nu lieve lezer dit was het zo’n beetje.

De hartelijke groet van Coen Veldhoen