Pendrecht Theater in korsakovcentrum Slingedael

Het Pendrecht Theater gaat dus waar men ook maar wil in de wijk optreden. Dinsdagavond 4 juni was er zo’n theater-avond in het Korasakovcentrum Slingedael. Zo’n twintig bewoners van dat centrum zagen en hoorden verhalen van hun buren uit Pendrecht.
Nelleke Wessels, activiteiten begeleidster in het Korsakovcentrum Slingedael op de hoek van de Slinge, Dreischorstraat, Groene Kruisweg kondigde met enige trots het Pendrecht Theater aan. Achter haar zaten naast regisseur Cees Bavius, Joke, Erik Jan, Annie, Nel, Bep en Thea. In de recreatiezaal zaten rond de twintig bewoners van het centrum. Eén van hen lag zelfs in bed en volgde vanaf zijn kussen de verhalen die gespeeld en voorgelezen werden. Bep van Krimpen had het contact gelegd en het optreden met Slingedael afgesproken.

‘Bewegen in crisistijd’ was het eerste verhaal. Geschreven door Pieta Bot en voorgedragen door Cees Bavius, die eerst de overige leden van het Theater aan het publiek voorstelde.
Cees las het verhaal voor van een man, Freek, die niet alles meer volgt. Ook in zijn omgeving wordt het allemaal minder. Maar zelf doet hij enthousiast mee aan de bewegingstherapie. Voor Freek is het glas halfvol. Het applaus klonk hartverwarmend. Het verhaal kwam goed over.

Erik Jan las daarna het verhaal ‘IJskonijnen’ voor.
Renate zit bij de kapster en die kan vreselijk zeuren over Polen. Goudzoekers zijn het die ons werk inpikken en hun leed wegzuipen en voor ontzettend veel overlast zorgen.
Als je zwijgt ben je verrader, denkt Renate. Ze is zelf het communistisch regime lang geleden uit Polen ontvlucht. Ze houdt haar mond dan ook uiteindelijk niet. Ze ziet Saïda langskomen met haar zoontje op weg naar de Daniel den Hoed. Andere mensen praten niet met Saïda wel met haar man die geen Nederlands spreekt. Ze zegt tegen de kapster dat ze nooit meer komt, nooit meer!
Met een onderzeeër naar de Zuidpool? Hoe lang nog? Hoe lang nog?, verzucht ze aan het eind. Erik Jan valt een al even hartelijk applaus ten deel.

Het volgende was een stuk toneel ‘Assepoester’ gespeeld door Annie en Bep. Het werd een tijd terug in Vensters in de theaterruimte in de Aldi gespeeld met belichting en allerlei attributen.
In Slingedael was het enige attribuut de hoed van Bep, Lies in het stuk. Annie en Bep hebben niet meer nodig om geheel geloofwaardig de zussen Toos en Lies te spelen.
Oh ja Heaven, hemel, van Louis Armstrong zette het stuk in. Toos verheugt zich op de Rijnreis, die ze met Lies gaat maken, maar Lies heeft heel andere plannen. Waarom staat ze daar met die rare hoed op en haar jas aan. Toos wil koffie koffie. Er komt geen koffie. Lies wacht op haar vriend. En kijkt uit het raam. ‘Hij komt me halen’, zegt ze. ‘Je hebt toch geen taxi besteld? Je moet sparen voor onze Rijnreis’, zegt Toos bits.
Geen taxi dus maar een vriend. Komt ie met een limousine. Nee met een Mercedes. Oh jee. ‘t Is een Turk, zegt Toos als ze de Spaanse José ziet. José en Lies doen leuke dingen. José zet waxinelichtjes rond het bad en zegt: ‘Liselotje, in Pendrecht kun je de sterren zien!’ Hij geeft kushandjes vanaf de straat richting het vensterraam. Ze gaan naar de Senioren Revue in de Larenkamp. ‘Vergeet je glazen muiltje niet!, bijt Toos haar zus toe.

Het applaus klonk zo waar nog harder.

Er werd even tijd genomen voor koffie of iets fris. Pauze dus. Cees kondigde nog twee verhalen en een toneelstukje voor na die onderbreking aan.

Annie las het verhaal van Petra voor. Ze begon met als je voor een dubbeltje geboren bent word je nooit een kwartje. Ze woont in Pendrecht en was 15 toen Sedar was vermoord. Als ze tegen haar praten over Pendrecht en neerbuigend doen over haar wijk zegt ze dat ze aan de Kamperlandsingel woont. Daar staan immers de duurdere koopwoningen. Ze organiseert een communiefeestje voor haar dochtertje en laat van alles komen, maar heeft geen geld. Hoe zal dat verder gaan?

Joke las het verhaal over Selma, die stiekem het dagboek van haar dochtertje,
Whitney, leest. Iets wat je echt niet kan maken. Lief dagboek ik ben twaalf en sinds ik ongesteld ben denkt mijn moeder dat ik een potentiële tienermoeder ben. Haar moeder volgt via een smartphone haar gangen. Ze gaat zwemmen in het Zuiderpark, dat alleen al geeft veel gedoe met haar moeder. Ze heeft een vriendje Roy, maar dat is nog allemaal heel onschuldig.
Ze confronteert haar moeder ermee dat ze zelf op haar 17de zwanger was.

Voor de laatste act worden de rolstoelen voor Nel en Thea die voor het raam op ‘de eerste rang’ naar buiten zitten te kijken. Aendsogen heet het stuk.
De dochter van Sjaan is op Tompoucen uit en Jaan heeft wel trek in zo’n tompoucje. Ze zitten dorstelijk maar vorstelijk, want Maria doet er lang over.
Ze zien jeugd op straat met een blote navel met allerlei piercings en fantaseren wat er allemaal met piercings mis kan kan gaan. Ontstekingen enzo. Jaan vindt dat Sjaan goeie ogen heeft dat ze dat allemaal kan zien.
Arendsogen.
Pratend over de jeugd vinden ze dat de samenleving seksualiseert. Pas zei een jongetje op tv: ‘Ik was 7’ Sjaan vraagt zich af of je hem dan al omhoog kunt krijgen op die jonge leeftijd.
Haar dochter Maria is inmiddels 59 en en Sjaan is nu 76? Sjaan wil even koffiezetten, maar wordt onderbroken door Jaan: ‘Een motje!’
Sjaan bekend dat ze het kind niet af wilde staan en teruggelopen is naar het dorp met het kindje op komst. 25 kilometer lopen was het en midden op het Dorpsplein begonnen de weeën. Na 3 dagen kwam Maria.
‘Geen wonder van die tompoucen’, aldus Jaan.

Cees kondigde met ‘Dit was ‘t’ het einde van de voorstelling aan. Sjaan en Jaan gingen op hun manier nog wel even door.

Naast applaus gingen bij sommige mensen uit het publiek de duim omhoog.

Een mooie avond Pendrecht Theater in Slingedael. Nelleke gaf de spelers een door het centrum zelf samengestelde en ingepakte attentie. Ze vond het prachtig. De gespeelde stukje waren vooral in de smaak gevallen bij de bewoners van het centrum naar haar idee.

Het Pendrecht Theater on Tour werkt dus zelfs met heel weinig attributen.