Pendrecht zit diep in Bien Hofmans bloed: ‘Maar zelf heb ik betere tijden gekend’

Onze Bien Hofman is onlangs geïnterviewd voor een mooi artikel in het AD. Hierin verteld ze uitgebreid over haar achtergrond, Pendrecht en haar rol als vrijwilliger. We delen graag het interessante artikel met u.

Geschreven door: Ilja Post
Fotografie: Jan de Graaf
Bron: AD.nl

Bien Hofman ‘leeft en ademt’ Pendrecht. De 70-jarige woont al ruim veertig jaar in de voormalige Rotterdamse probleemwijk en was tot voor kort een van haar meest actieve vrijwilligers. Het RD laat haar in de spiegel kijken. ,,Ik heb betere tijden gekend.”

 

Wat ziet u als u in de spiegel kijkt?

,,Een strijdbare, actieve vrouw die niet op haar mondje is gevallen. Iemand die graag onder de mensen is. Althans, zo was het voor corona en mijn man bijna aan het virus overleed. Inmiddels zit ik al drie maanden alleen thuis en kom ik enkel de deur uit voor de boodschappen en een bezoek aan het revalidatiecentrum, waar hij nog altijd verblijft. Laten we zeggen dat de Bien in de spiegel betere tijden heeft gekend.”

 

Mensen noemen u wel eens ‘het geweten van Pendrecht’. Maar u komt hier niet vandaan?

,,Mijn ouders hebben elkaar leren kennen op Voorne-Putten. Mijn moeder is geboren in Abbenbroek, niet ver van waar mijn vader als dienstplichtig militair gelegerd was. Zelf kwam hij uit Nieuwe Pekela in Groningen. Toen ze wilden gaan samenwonen, konden ze niet anders dan tijdelijk bij mijn opa en oma in Groningen intrekken. Zelf een huisje vinden, lukte niet. Ook toen al kende Nederland veel armoede en schrijnende woningnood.”

 

Een geboren Groningse dus.

,,Ja, maar al op mijn tweede verhuisden we naar de ‘oliebuurt’ in Hoogvliet, naar een van de flats die Shell daar had gebouwd om werknemers van de olie-industrie te huisvesten. Mijn vader had daar een baan aangenomen, omdat mijn moeder stikte van de heimwee naar Holland.”

 

Wanneer bent u naar Pendrecht verhuisd?

,,Op mijn 28ste, een jaar nadat mijn man bij Shell in dienst trad. Ook in Pendrecht had de oliemaatschappij huisvesting voor werknemers geregeld. Ik nam er mijn intrek in de Kortgeneflat, ook wel bekend als de Shell-flat. Daar ging overigens nog een hele selectieprocedure aan vooraf. Zo kwam er eerst een maatschappelijk werker op bezoek om te kijken of je wel ‘schoon’ genoeg was. Absurd, maar zo ging het echt. Jarenlang was Pendrecht ‘alleen voor nette mensen’.”

 

Zo bleef het niet. Rond de eeuwwisseling raakte de wijk in verval…

,,Vijftig jaar na de bouw van Pendrecht waren veel woningen verouderd en te klein. Ze moesten nodig worden gesloopt of gerenoveerd. Maar de gemeente ging veel te voortvarend aan de slag. Uiteindelijk lag de hele Herkingenbuurt in puin. Het leek wel een oorlogszone. Door leegstand en verpaupering raakte de wijk in het slop. Nieuwe bewoners kwamen af op de lage huren. ‘Kansloze allochtonen’, zoals ze destijds soms werden weggezet.”

 

U heeft zich nooit gestoord aan deze nieuwkomers?

,,Welnee, ik vind het juist leuk om zoveel mogelijk mensen uit verschillende culturen te ontmoeten. Bij ons thuis hangt een wereldkaart vol prikkertjes op plekken waar we zijn geweest. Dat zijn er een hoop: van Canada tot Kazachstan en van Newfoundland tot Nieuw-Zeeland. Ons huis staat vol met scheepsitems en souvenirs, voornamelijk traditionele hoofddeksels en instrumenten. Een tic van mij.”

 

Wat heeft u van al die reizen geleerd?

,,Dat ieder mens hetzelfde wil: waardering en erkenning, een fijne plek om te wonen en kans op een toekomst. Rotte appels heb je overal. Maar om dan een hele wijk, zoals met Pendrecht gebeurde, af te schilderen als het afvoerputje van Rotterdam – dat frustreerde enorm.”

 

Is dat de reden waarom u als vrijwilliger aan de slag ging?

,,Daar ben ik min of meer toevallig ingerold. Toen ik kinderen kreeg, was ik bewust thuisblijfmoeder. Daarna ben ik voor Welzijn Charlois aan de slag gegaan. Eerst in de thuiszorg, later gedetacheerd als administratief medewerker voor de BOP, de Bewonersorganisatie Pendrecht, later Stichting Vitaal Pendrecht. In het welzijnswerk sta je dichtbij de mensen. Je voelt hoe er samen geleefd wordt. En achter elke voordeur schuilt een ander verhaal: verdrietige, maar ook mooie en inspirerende verhalen. Alleen, daar schreven de media niet over. Uiteindelijk was ik al die negatieve berichtgeving zo zat dat we een persstop afkondigden en sommige bewoners tegen de krant zeiden: ‘We mogen van Bien niet meer met jullie praten’.”

 

Ging het daarna beter?

,,Zo’n persstop alleen haalt niet veel uit. Mensen moesten vooral zelf weer trots worden op de buurt. Het echte kantelpunt was het moment dat we uit Oslo een grote kerstboom hadden laten komen, nog hoger dan die op de Coolsingel. Burgemeester Opstelten kwam persoonlijk de lichtjes ontsteken. Dat was de oppepper die de wijk zo hard nodig had. Pendrecht stond eindelijk eens met iets positiefs in de krant. Maar belangrijker: er ontstond weer iets van een buurtgevoel.”

 

Dat buurtgevoel heeft u de laatste twintig jaar flink weten uit te breiden.

,,Gelukkig wel ja. Tegelijk met Vitaal Pendrecht kwam er de Pendrecht Universiteit: een soort denktank van bewoners. Daarna is de Kinderfaculteit er gekomen, waar honderden kinderen na schooltijd leuke en leerzame lessen volgen. Ik was ook nog betrokken bij de lokale speeltuin, wijkmagazine In de Kijkerd en de boekhouding voor verschillende Opzoomer Mee-campagnes. Ik had er een flinke dagtaak aan. Niet zelden zo’n tachtig uur per week.”

 

Bent u tevreden met uw spiegelbeeld?

,,Hoewel ik mezelf niet graag op de voorgrond plaats, zie ik een tevreden mens. Ik ben trots op hoe Pendrecht is opgeknapt. Trots ook op de nieuwe gemeenschapszin, waaraan ik heb mogen bijdragen. Vanaf de bovenste verdieping van de Zuiderkroon, ons hoogste appartementencomplex, kan ik op heldere dagen kijken tot aan Brabant en Hoek van Holland. Maar net zo lief kijk ik naar beneden, naar ‘mijn’ fijne wijkje. Hopelijk kan ik dat uitzicht snel weer delen met mijn man Cor. Samen uit dat raam kijken en een bakje koffie drinken, is voor mij een prima dagbesteding. En oké, misschien ook even naar die wereldkaart kijken en dagdromen over nieuwe, mooie reizen, wanneer dat weer kan. Mongolië lijkt me wel wat. Of anders Tasmanië. Want de wereld is groter dan Pendrecht alleen.”